Elektriciteitsnet kan groei van duurzame energie aan

Bij een verdere groei van het aandeel zonne-energie is de capaciteit van het elektriciteitsnet geen probleem. Wel is de spanningskwaliteit een aandachtspunt. Dat blijkt uit onderzoek van Laborelec in opdracht van Netbeheer Nederland.

Een groei in zonnepanelen wordt in alle onderzoeken voorzien. Uit de analyse blijkt dat bij zonne-energie de maximale spanning eerder een bottleneck te vormen dan de capaciteit van het net. Het vergroten van de spanningsruimte, de beschikbare spanningsband tussen de bedreven spanning en de maximale spanning,verhoogt de maximale penetratiegraad.

Analyse

Laborelec heeft in opdracht van Netbeheer Nederland een analyse gemaakt van zeven relevante studies over de impact van decentrale energieopwek en nieuwe belastingen op het elektriciteitsnet. De belangrijkste conclusie is dat de laagspanningsnetten de komende twintig jaar voldoende ruimte bieden voor de traditionele groei. Transformatoren zijn gemiddeld gezien de eerste bottleneck. In de middenspanningsnetten is minder ruimte.

Deelname GDF SUEZ aan grootste windpark van Afrika

GDF Suez breidt zijn productie-apparaat voor groene energie behoorlijk uit, ze neemt in Marokko deel aan het grootste windmolenpark van Afrika.

In het zuiden van Marokko gaat GDF SUEZ samen met het lokale energiebedrijf Nareva Holding een windmolenpark bouwen met een vermogen van 300 MW. Het park van Tarfaya wordt het grootste in Afrika.De Marokkaanse overheidsdienst ONEE (Office National de l’Electricité et de l’Eau Potable) zal 20 jaar lang stroom afnemen van het windmolenpark. Het park van Tarfaya moet tegen eind 2014 klaar zijn.

Met het project zal de windmolencapaciteit van Marokko bijna verdubbelen. De plaats van Tarfaya, in de woestijnachtige kussttreek in het zuiden van het land, werd uitverkoren wegens de goede windomstandigheden. Het windmolenpark zou een benuttingsgraad van 45 procent moeten halen.De vraag naar stroom stijgt sinds 1998 met gemiddeld 6 procent per jaar in Marokko en die groei zal de komende 20 jaar doorzetten. Het windmolenpark van Tarfaya is daarbij een stap om de bevoorrading groener te maken. Tegen 2020 wil Marokko dat 42 procent van zijn stroomvoorziening van hernieuwbare oorsprong is.Van het project zijn geen financiële details bekendgemaakt.

Zweedse regering niet blij met te dure NUON

Het energiebedrijf Nuon is in 2009 voor te veel geld gekocht door het Zweedse staatsbedrijf Vattenfall. Dat zei ex-minister van economische Zaken Maud Olofsson tegen de Zweedse krant Svenska Dagbladet. Daarmee bracht ze zichzelf, de huidige Zweedse regering en de premier in lastig vaarwater.

De Zweedse milieupartij heeft Maud Olofsson na haar uitspraak aangeklaagd bij de parlementaire grondwetscommissie die het handelen van regering tegen het licht houdt.

Nog voordat Nuon voor ruim 10 miljard euro werd overgenomen, waarschuwde Olofsson dat de prijs bijna 3,5 miljard euro te hoog was. Toch gaf ze het groene licht. Gisteren zei ze dat ze anders het hele Vattenfall-bestuur had moeten vervangen en dat ze daarvoor te weinig grond zag. Olofsson stapte in september 2011 uit de landelijke politiek, omdat ze het tijd vond voor vers bloed in haar centrumrechtse partij.

Onder meer de grootste Zweedse oppositiepartij denkt dat ook de huidige minister van financiën, Anders Borg, en premier Fredrik Reinfeldt van de hoge koopsom geweten moeten hebben. De overname van Nuon was de grootste uit de Zweedse geschiedenis. Sinds de aankoop kampt Vattenfall met een rammelende boekhouding en heeft het 1,6 miljard euro op Nuon moeten afschrijven.

Het effect van schaliegas in de USA op Shell

Shell heeft in het laatste kwartaal van 2012 verlies gemaakt op de  winning van schaliegas en olie uit teerzanden in noord Amerika. Hierbij heeft Shell vooral last van de massale Amerikaanse zoektocht naar schaliegas, waardoor een overcapaciteit is ontstaan met daling van prijzen tot gevolg.

In Amerika wordt sinds een paar jaar steeds overvloediger schaliegas gewonnen. Omdat het gas bij wet niet geëxporteerd mag worden, zijn de prijzen gekelderd. Ook de recente winning van schalieolie heeft tot een ware boom geleid, in onder meer Texas en Montana. De olie, die Amerika niet uit kan, is bijna een kwart goedkoper dan Europese olie. Dit geldt ook voor de olie uit Shells teerzanden in Canada, waardoor de winning ervan verliesgevend is geworden.

Om die reden wil Shell de komende jaren minder gas en meer olie halen uit de Amerikaanse schalielagen die het exploiteert. Ook probeert het concern het aardgas dat het al wint om te zetten in waardevollere producten, aldus topman Peter Voser donderdag bij de presentatie van de jaarcijfers in Londen.

De oliemaatschappij verwacht dat de prijzen van gas in de Verenigde Staten de komende jaren nog onder druk zullen staan. Voor olie verwacht Shell wel een herstel.

De Amerikaanse reserves van Shell moesten vanwege de lagere verkoopprijzen flink worden afgewaardeerd. Doordat ook de kosten voor de winning flink zijn gestegen, daalde de winst van het concern vorig jaar met 14 procent. Topman Peter Voser sprak van ‘tegenwind op de korte termijn’. Die tegenwind is relatief: de winst bedroeg nog altijd 26,6 miljard dollar (20 miljard euro).

Om elke geïnvesteerde dollar zo veel mogelijk te laten opbrengen, heeft Shell een aantal projecten op een lager pitje gezet. ‘We hebben met een frisse blik naar onze projectenportfolio gekeken, en daarbij een aantal harde beslissingen genomen’, zei Voser.

Niet alleen wil Shell minder gas winnen, er wordt ook gekeken naar manieren om het aardgas dat wél naar boven wordt gehaald beter te laten renderen. Dat betekent dat het vloeibaar wordt gemaakt (LNG) om het naar lucratieve markten te vervoeren (zoals Japan), en dat er olie-achtige brandstoffen van worden gemaakt (GTL) of andere chemicaliën.

Overigens gaat de zoektocht naar schaliegas door op andere plekken in de wereld, waar gas meer oplevert.

Volgens Voser was de strategische keuze voor aardgas, die Shell jaren geleden maakte, niet verkeerd. ‘Ons portfolio is bedoeld voor de komende dertig jaar. De vraag naar gas zal vóór 2030 verdubbelen. Je hebt het gewoon nodig om het licht aan te houden – of aan te doen, in de opkomende landen.’