Na een ongekende lobbyveldslag van drie jaar heeft de EU de regels voor de CO2-handel herzien. Bedrijven zijn erin geslaagd Brusselse plannen die hun miljarden zouden kosten, sterk te verwateren.

Het getouwtrek over de emissiehandel begint in 2007. Bondskanselier Angela Merkel laat zich op op vrijdag 9 maart bij de Europese top in Brussel kronen tot ‘Klimakanzlerin’. Onder Merkels voorzitterschap spreken de EU-regeringsleiders ambitieuze doelen af om de uitstoot van broeikasgas (CO2) in de EU te reduceren. De top in Brussel moet het ‘finest hour’ van Merkels voorzitterschap van de EU zijn. De bondskanselier, die op dat moment zowel de EU als de G8 aanstuurt, wil tonen dat ze ‘een moderne, leidende rol kan spelen’, zoals een Brusselse waarnemer het uitdrukt.

ETS

De wereld is dan nog in de ban van Al Gore’s An Inconvenient Truth en het is hoogconjunctuur. Merkel vindt daarom weinig tegenstanders onder haar collega’s.

Een belangrijk instrument om de reductie van de uitstoot waar te maken, is het Europese emissiehandelssysteem ETS. Daarin krijgen grote industriële uitstoters gratis rechten voor hun CO2-emissie. Dat moet ze aanzetten tot zuiniger energieverbruik. Wie rechten overhoudt, kan die verkopen.

Die gratis rechten kunnen niet blijven als de EU haar klimaatambities wil waarmaken, vindt de Europese Commissie. De industrie zal ze vanaf 2013 moeten kopen. Vertegenwoordigers van de industrie schrikken: dat kan miljarden kosten. De Duitse werkgeversbond BDI klopt snel na de maart-top bij Merkel aan. ‘De BDI maar ook individuele bedrijven als Basf stelden zich bij CO2-overleg steeds steviger op’, blikt een Brusselse bron terug. ‘En als Basf iets niet wil, dan weet dat bedrijf het Bundeskanzleramt daar goed van te doordringen.’

Wijn van Basf

Ook in Brussel is Basf’s invloed groot. De exclusieve wijnkelder van de chemiegigant is in het lobbycircuit een begrip. Die gaat open als het bedrijf zijn visie wil uitventen. Zelfs bij klimaatoverleg op de Duitse ambassade bij de EU vloeit de Basf-wijn, aldus een Brusselse bron.

De bedrijven hameren erop dat Europa energie-efficiënte installaties ook na 2013 met gratis emissierechten moet belonen. De kostprijs van bedrijven mag door de CO2-handel niet te veel stijgen. Als de EU deze uitgangspunten niet huldigt, verplaatsen bedrijven hun productie naar buiten de EU.

Zo ontstaat het begrip ‘carbon-leakage’, het weglekken van emissies naar landen die zich niet druk maken over CO2-uitstoot. Brussel krijgt de opdracht te bepalen bij welke bedrijven dit risico speelt.

Offensief

Dat is een zware taak. Welke criteria moet de Europese Commissie hanteren? Het belang hiervan is glashelder. Wie op de ‘leakage-lijst’ komt, blijft gratis rechten krijgen. Wie er niet op staat, moet fors betalen. Een nieuw lobbyoffensief begint.

Ceo Lakhsmi Mittal van Arcelor Mittal bewerkt persoonlijk EU-lidstaten en voorzitter José Barroso van de Europese Commissie. Die zegt dat hij zich coulant opstelt jegens energie-intensieve bedrijven.

Frankrijk

Maar Barroso’s praatjes vullen geen gaatjes, vinden bedrijven. De criteria die zijn milieuambtenaren willen, zijn te scherp. Brussel voorziet een combinatie-eis: wie voor meer dan 10% van de omzet afhankelijk is van handel met landen buiten de EU én wie door het ETS zijn kostprijs met meer dan 5% ziet stijgen, komt op de ‘leakage-lijst’.

Frankrijk krijgt in juli 2008 het EU-voorzitterschap en voegt in het najaar bij ambtelijk overleg bijna terloops een criterium aan de ontwerpbesluiten toe, aldus een betrokkene. Wie voor meer dan 30% afhankelijk is van internationale handel óf zijn kosten door het ETS met meer dan 30% ziet stijgen, komt ook op de lijst. ‘Onderschat de invloed van een EU-voorzitter niet’, zegt een ooggetuige. ‘Een zinnetje hier, een zinnetje daar in een concept heeft grote gevolgen.’

Het Franse addendum levert de Europese cementsector miljarden euro’s aan gratis emissierechten op. Die bedrijfstak komt op de lijst dankzij het 30%-criterium voor meerkosten. Ook raffinaderijen ontsnappen nu aan een CO2-veiling. ‘Lidstaten redeneren bij overleg in abstracto, maar elk heeft zijn “hobby horse”‘, schetst een bron. ‘Als een groot industrieland zegt: ik wil die en die criteria, dan weet je dat het eigenlijk zegt: de Basf’s van deze wereld moeten “off the hook”. Toen de Fransen met dat criterium kwamen, wisten we waar zà­j het over hadden: Lafarge.’

Cementindustrie

Analyse van het ‘leakage-risico’ dat cementmakers Lafarge, Italcementi, Heidelberger, Cemex en Holcim lopen, levert een ontluisterend beeld op. Cement is gezien de kostprijs geen product om over grote afstanden te vervoeren, zeggen kenners. Mocht een Europese cementmaker door de CO2-handel flink duurder uit zijn, dan profiteren cementmakers uit Egypte en andere Noord-Afrikaanse landen. De industrie is daar overwegend in handen van… Lafarge, Italcementi, Heidelberger, Cemex en Holcim. Kortom: de geschetste concurrentie bestaat amper.

De grote finale over nieuwe emissieregels en ‘carbon leakage’ vindt najaar 2008 plaats. De Fransen maken er een snelkookpan van. Het gaat hard tegen hard tussen de lidstaten. Parijs en Berlijn staan lijnrecht tegenover Londen, dat de CO2-handel mede wil uitbouwen om de City nieuwe negotie te bezorgen. ‘Jullie hebben makkelijk praten, jullie hebben geen industrie’, briest Philippe Léglise-Costa, tweede man op de Franse ambassade bij de EU, achter de schermen tegen de Britten.

Stammenstrijd EU

In het Europees Parlement loopt het debat uit op een stammenstrijd binnen de EVP, de Europese christendemocraten. De Ierse Avril Doyle moet als rapporteur de CO2-richtlijn door het parlement loodsen. Maar Doyle, wiens thuisland niet overloopt van de industrie, is te soepel tegenover de Commissieplannen, fluisteren de industriële belangenbehartigers bij Doyles EVP-collega’s in. Met name de Duitse EVP’ers Florenz, Niebler en Nassauer, plus de Finse Eija Riitta-Korhola maken stemming tegen Doyle. Ze proberen haar het rapporteurschap te ontnemen, en zelfs uit de fractie te werken. Dat mislukt. Andere EVP’ers nemen het voor Doyle op.

In oktober 2008 raakt Florenz in opspraak. Zijn wijzigingsvoorstellen blijken opgesteld door Axel Eggert, directeur public affairs bij staalkoepel Eurofer, en tevens Florenz’ voormalige medewerker. In de hectiek is Eggerts auteursnaam niet uit het document met Florenz’ amendementen gehaald. Voor iedereen is in één klap duidelijk uit wiens koker de voorstellen werkelijk komen. Mede daardoor krijgt het Florenz-kamp zijn zin niet.

Pokerspel

Op 12 december 2008 bereiken de regeringsleiders in Brussel een akkoord. Na de top vergaderen de ambtenaren van de lidstaten tot diep in de nacht over de details in zaal 50.4 op de vijfde verdieping van het gebouw van de Europese Raad. Op zaterdag haalt Frankrijk er de gezanten van het parlement bij voor een finale deal. Als alles rond is, laat Philippe Léglise-Costa champagne aanrukken.

Het pokerspel is nog niet voorbij. Bedrijven zijn er met een blik op de criteria snel achter of zij op de ‘leakage-lijst’ staan. Maar hoeveel gratis rechten krijgen ze? Dat bepaalt Brussel via benchmarks met de scores van de 10% zuinigste installaties. De volgende lobbyslag begint in 2010 en woedt om de vraag hoe royaal die benchmarks zijn. Brussel en de bedrijven steggelen er bijna een jaar over. De net aangetreden klimaatcommissaris Connie Hedegaard neemt een ferme houding aan jegens de cement- en staalindustrie.

Mediane aanpak

Maar die bewandelen de bekende route. Ze kloppen aan bij Hedegaards collega’s en bij de EU-lidstaten. Zo loopt er op 14 september bij een naaste medewerker van José Barroso via de mail een notitie binnen van staalkoepel Eurofer over benchmarks. Het document vindt ook zijn weg naar eurocommissaris van industriebeleid Antonio Tajani, bekend van zijn nauwe banden met de Italiaanse werkgeversclub Confindustria.

Wat later krijgt Hedegaard Tajani’s punten aangereikt. Die hoeft ze niet te lezen: ze lijken inhoudelijk, en soms letterlijk, uit Eurofers nota overgenomen. ‘Wat betreft de berekeningsmethodiek vindt het directoraat-generaal industriebeleid een mediane aanpak niet passend’, stelt Tajani’s kabinet. ‘Een mediane aanpak is niet passend’, stelt Eurofers nota.

Op 15 december ronden de lidstaten op voorstel van de Commissie de besluitvorming af. De staalsector, die met zijn agressieve lobby zelfs kwaad bloed heeft gezet bij ambtenaren van het directoraat-generaal industriebeleid, krijgt niet geheel zijn zin. Maar wel een benchmark die 25% royaler is dan Brussel voor ogen had. De extra rechten die de staalsector en cementmakers conform het besluit van 15 december krijgen, betekenen dat andere bedrijfstakken inleveren. Die verzetten zich niet. ‘De staalindustrie werkt als een bulldozer’, berust een betrokkene.