In een onderzoek naar de verkoop van energiebedrijf Essent heeft de Zuidelijke Rekenkamer hard uitgehaald naar het bestuur van de provincie Noord-Brabant. Het college van Gedeputeerden Staten liet zich te veel leiden door Essent en door externe adviseurs, en informeerde de Provinciale Staten slecht. De Statenleden konden daardoor hun controlerende taak niet goed uitvoeren.

Dat concludeert de rekenkamer in een rapport dat gisteravond is aangeboden aan de Provinciale Staten van Noord-Brabant.

De onderzoekscommissie is kritisch over de handelwijze van het college toen duidelijk werd dat het belang in kerncentrale Borssele buiten de deal viel. Het college koos voor een route waarbij de Staten niet nogmaals om goedkeuring gevraagd hoefde te worden. ‘Wij plaatsen vraagtekens bij de juistheid van deze beslissing’, zegt directeur Piet de Kroon van de rekenkamer. Op andere punten heeft het college de Staten zelfs onjuist ingelicht.

Verzet

Brabant zit op dit moment in zijn maag met het 50%-belang in Borssele. Dit belang is onder voorbehoud verkocht aan de nieuwe eigenaar van Essent, het Duitse energiebedrijf RWE. De transactie kan echter niet worden voltooid, omdat de andere aandeelhouder, het Zeeuwse nutsbedrijf Delta, zich hier met succes tegen verzet. De zaak is onder de rechter.

De oud-aandeelhouders van Essent, een groep gemeenten en provincies waarvan Noord-Brabant (30%) de belangrijkste is, krijgen nog euro 950 mln van RWE als de verkoop van het Borssele-belang alsnog doorgaat.

Bedenkingen

RWE kocht Essent eind vorig jaar zonder Borssele voor ruim € 8,3 miljard. Een meerderheid van de Statenleden had destijds bedenkingen bij deze gesplitste verkoop. ‘Je ziet wat er is gebeurd, doordat het college de verkoop heeft doorgedrukt. Dat steekt’, zegt Statenlid Hermen Vreugdenhil van de ChristenUnie.

De Gedeputeerde Staten onderschrijven dat er fouten zijn gemaakt tijdens de verkoop, maar ontkennen dat er sprake was van opzet. Eind november debatteert de provincie over het rapport.