De mediatycoons Joop van den Ende en John de Mol zijn het doelwit geweest van de criminele organisatie van Willem Holleeder. De Heineken-ontvoerder had in 2003 plannen gemaakt voor de ontvoering van Van den Ende.

In dat plan zou De Mol worden afgeperst door hem te bedreigen met de ontvoering van zijn zoon.

Van den Ende en De Mol werden in de zomer van 2003 door de Amsterdamse politie gewaarschuwd, nadat vastgoedhandelaar Willem Endstra de recherche had verteld over de plannen. Van den Ende en De Mol hebben een vermogen van honderden miljoenen euro’s vergaard door de verkoop van hun mediabedrijf Endemol aan het Spaanse Telefónica in 2000.

Joop van den Ende reageert geschokt op het voor hem nieuwe feit dat de organisatie van Holleeder achter de bedreiging heeft gezeten. Joop van den Ende: ‘Het klopt dat ik in de tweede helft van 2003 door de Amsterdamse politie op de hoogte ben gebracht van een mogelijke bedreiging voor mij en mijn gezin. Dat zijn uitermate serieuze zaken, die ik tot nu toe buiten de publiciteit heb gehouden in het belang van mijn familie.’

John de Mol bevestigt dat ook hij in 2003 is benaderd door de Amsterdamse politie. ‘Er was een signaal dat een groep Joegoslaven plannen zou hebben mijn zoon te ontvoeren’, verklaart De Mol. ‘Dat het om Holleeder zou gaan, wist ik niet. Ik ben toen ook niet concreet benaderd of bedreigd door wie dan ook.’

De oprichters van het mediaconcern Endemol namen, na de waarschuwing door de politie, zeer strenge veiligheidsmaatregelen om zichzelf en hun families te beschermen. Van den Ende: ‘Nadat wij door de politie waren getipt, hebben wij de bestaande beveiliging verhoogd. Negen maanden later hebben wij, na overleg met de politie, tot grote opluchting van mij en mijn vrouw, het beveiligingsniveau kunnen terugbrengen naar de oude situatie.’ In het geval van De Mol was de dreiging drie weken later verdwenen, meldde de politie de ondernemer.

Uit verklaringen die de in 2004 geliquideerde Endstra bij de politie heeft afgelegd, blijkt dat er een plan was gemaakt om, na het ontvoeren van Van den Ende of een familielid, losgeld via een onroerendgoedtransactie te laten betalen. De ruim honderd pagina’s tellende verklaring van de vastgoedondernemer Endstra, die zelf wordt betiteld als de bank van de onderwereld, zit in het strafdossier van Holleeder.

De Heineken-ontvoerder zit sinds 30 januari vast op verdenking van afpersing van vier vastgoedhandelaren en mishandeling van vier anderen. Ook zou Holleeder samen met dertien andere verdachten een criminele organisatie hebben gevormd, die zich bezighield met bedreiging en afpersing.

Behalve Holleeder zitten nog zeven verdachten in voorlopige hechtenis. Holleeder werd in 1987 tot elf jaar cel veroordeeld voor zijn aandeel in de ontvoering van Freddy Heineken en diens chauffeur.

In de verklaring van Endstra staat ook dat een andere persoon uit de mediawereld zou zijn bedreigd met ontvoering. Die ontvoering zou volgens Endstra door Holleeder zijn afgeblazen in ruil voor protectiegeld, dat door het slachtoffer moest worden betaald. Dit plan en het aanbieden van protectie worden door politie en justitie gezien als een van de handelsmerken van de Holleeder-organisatie.

Die andere persoon uit de mediawereld waarover Endstra sprak, is John de Mol, verklaren goed ingevoerde bronnen. De Mol spreekt met klem tegen dat hij protectiegeld heeft betaald. ‘Als er sprake is van welke bedreiging dan ook, stap ik standaard naar de politie’, zegt De Mol.