De 18-jarige scholiere Taïda Pasic uit Kosovo moet Nederland definitief verlaten. Minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) heeft dat besloten, omdat het meisje volgens haar oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van de procedures rond de aanvraag van een verblijfsvergunning.

Verdonk maakte dinsdag bekend dat ze de terugkeer van Taïda “zo snel mogelijk ter hand zal nemen”. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) had de aanvraag voor een voorlopige verblijfsvergunning van de scholiere al twee keer afgewezen. Maar de rechtbank in Amsterdam bepaalde onlangs dat de dienst de aanvraag nogmaals tegen het licht moest houden. De IND heeft daartoe ook een gesprek gehad met het meisje.

Eindexamen

Maar Verdonk heeft nu het bezwaar ongegrond verklaard dat Taïda had ingediend tegen de beslissing om haar geen reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd te geven. Dat papier had ze nodig om hier haar vwo-opleiding te kunnen afronden. Taïda zou over enkele maanden eindexamen doen.

Verdonk, die haar al eerder in het openbaar beschuldigde van fraude, wees dinsdag op enkele feiten die niet kloppen in haar zaak. Zo had de scholiere aanvankelijk verklaard dat ze haar paspoort had verscheurd, maar later kwam ze toch weer met dat document op de proppen.

Toeristenvisum

Ook had Taïda enkele duizenden euro aan een tussenpersoon betaald die een Frans toeristenvisum voor haar had geregeld waarmee ze weer naar Nederland was gekomen. Maar volgens Verdonk is dat visum op valse documenten afgegeven, waaronder een valse inschrijving aan de universiteit in Belgrado in het studiejaar 2004/2005.

Illegaal

Taïda heeft nu 28 dagen de tijd om Nederland zelfstandig te verlaten. Doet ze dat niet, dan is ze illegaal in het land en is “gedwongen terugkeer” aan de orde, aldus een woordvoerder van Verdonk.

De VVD-bewindsvrouw zei begrip te hebben voor Taïda, maar benadrukte dat ze minister is om de regels en wetten te handhaven.

“Ik heb zorgvuldig gekeken naar de zaak. Het is hier geen speeltuin, ik ben minister”, zei ze. Verdonk wees er verder op dat Taïda en haar ouders al in juni 2004 te horen hadden gekregen dat ze het land moesten verlaten. Bij vertrek begin vorig jaar had de familie een premie van 7000 euro meegekregen om in Kosovo een nieuw leven op te bouwen. Taïda kwam vorig jaar zomer alleen terug.